Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis

Even voorstellen: Thomas Delpeut

Thomas Delpeut is sinds 2015 lid van de forumcommissie en sinds mei 2019 bestuurslid bij de KVNM. Hij is onder andere verantwoordelijk voor evenementen zoals de jaarlijkse Musicologische Expo, het voorjaarssymposium en het Postgraduate Symposium. Onlangs is zijn portefeuille omgedoopt tot de portefeuille Wetenschap, waardoor hij zich bijvoorbeeld ook gaat ontfermen over de samenstelling van de jury’s van de KVNM-prijzen.

 

Wat doe je in het dagelijks leven?

Momenteel werk ik als promovendus aan de Radboud Universiteit aan mijn proefschrift Leren luisteren. Concertcultuur in negentiende-eeuwse Nederlandse muzieksteden. Daarnaast verzorg ik onderwijs op het gebied van negentiende- en twintigste-eeuwse muziek- en cultuurgeschiedenis, waaronder de cursus Nederlandse Muziekcultuur aan de Universiteit Utrecht. Verder ben ik bestuurslid publiciteit van de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek. Deze stichting organiseert al meer dan 70 jaar een prachtige kamermuziekserie, met in normale seizoenen rond de 900 abonnementhouders. En natuurlijk ben ik al een tijd betrokken bij de KVNM!

 

 

De muziekwetenschap is een breed vakgebied. Waar ligt jouw interesse voornamelijk?

Met mijn onderzoek richt ik me met vooral op de maatschappelijke dimensies van het muziekleven. Denk daarbij aan processen van sociale in- en uitsluiting, cultuurspreiding en culturele uitwisseling. De verhouding tussen muziekleven en stadsontwikkeling vind ik ook bijzonder interessant. Mijn afstudeeronderzoek ging bijvoorbeeld over het zomerse concertleven in parken en tuinen in het negentiende-eeuwse Amsterdam. Voor mijn proefschrift bestudeer ik de veranderende luistercultuur in het negentiende-eeuwse Amsterdamse, Haagse, Rotterdamse en Utrechtse concertleven. Het project komt voort uit een artikel dat ik in 2014 publiceerde (hier gratis te downloaden). De rode draad is hoe idealistische ambities van concertorganisatoren en muziekcritici regelmatig botsten met commerciële belangen en met uiteenlopende verwachtingen van het zeer diverse luisterpubliek. Het fascineert me op welke manieren ‘autoriteiten’ het concertpubliek op de ‘juiste’ manier naar muziek probeerden te ‘leren luisteren’. Het was een ware machtsstrijd: van media-offensieven tot ordereglementen, en van de ruimtelijk indeling van de concertzalen tot de keuze en volgorde van muziekstukken op de concertprogramma’s.

 

Wanneer en op welke manier heb je de KVNM leren kennen? En hoe ben je vervolgens actief geworden binnen de vereniging?

Net na mijn afstuderen raakte ik betrokken bij de KVNM. Als ik het me goed herinner ontmoette ik Marnix van Berchum op een symposium in Londen. Hij stuurde me later een oproep door voor leden van de forumcommissie. Daar heb ik me toen voor aangemeld. In deze periode bestond die uit Désirée Staverman, Ita Hijmans en Floris Schuiling. Verder had ik ook regelmatig contact met onder anderen Petra van Langen, Rutger Helmers, Philomeen Lelieveldt en Ulrike Hascher-Burger. Ondertussen heb ik natuurlijk een actievere rol in de vereniging.

 

Wat zijn de belangrijkste punten waar jij je de aankomende periode binnen de KVNM voor wilt inzetten?

De KVNM is volop in beweging en het is mooi daaraan te kunnen bijdragen. Zaken waar ik me binnen de KVNM vooral voor wil inzetten zijn de inhoudelijke verbreding van de thema’s, het vergroten van de diversiteit wat betreft leden en organisatie, en het inspelen op actuele wetenschappelijke en maatschappelijk kwesties. Dit is deels al terug te zien in de bijeenkomsten die we met de forumcommissie organiseren, zoals de Musicologische Expo. Het is ook belangrijk dat we op uitdagende manieren bezig blijven met de traditionele KVNM-thema’s. Ik vind het daarom ook erg mooi om namens de vereniging deel te kunnen nemen aan het programmateam van een driedaags internationaal symposium over Sweelinck in 2021 (zie hier de call for papers).