Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis

2021: Alphons Diepenbrock

Op 5 april 2021 is het 100 jaar geleden dat Alphons Diepenbrock in Amsterdam overleed. Om zijn sterfjaar te gedenken zijn er diverse concerten gepland en staan er lezingen op stapel. Om een overzicht te creëren van alle evenementen bereidt de KVNM een Diepenbrock-kalender voor die op de website gepubliceerd zal worden.

In maart zijn onder meer drie concerten geprogrammeerd met het Concertgebouworkest o.l.v. Antonio Pappano met delen uit Diepenbrocks Electra: symfonische suite. Daarmee wordt in herinnering gebracht dat instrumentale delen uit deze toneelmuziek voor het eerst werden uitgevoerd door het Concertgebouworkest o.l.v. Richard Heuckeroth op 3 april 1921. Aldus ging Diepenbrocks ultieme wens in vervulling, hij zou twee dagen later overlijden.

Tegenwoordig kennen we de Muziek bij Sophocles’ Electra, Diepenbrocks laatste grote werk, uitsluitend in de door Eduard Reeser samengestelde symfonische suite. De laatste complete uitvoering van de toneelmuziek door Amsterdamse studenten en het Sweelinck-orkest o.l.v. Henri Arends, vond plaats in 1962 bij het eeuwfeest van Diepenbrocks geboorte.

Terug naar 1920

Op 1 september 1920 trekt Diepenbrock zich terug in het zomerhuisje van de familie in Laren om er in alle rust te kunnen werken aan de instrumentatie van zijn Electra-muziek die hij, in opdracht van regisseur Willem Royaards, in het voorjaar van 1920 had gecomponeerd. Intussen zorgt de organisatie van de eerste opvoering die op 12 november zal plaatsvinden, voor veel hoofdbrekens.

De 9-delige partituur van de toneelmuziek vereist 38 musici die uit het Residentie-orkest betrokken zouden worden. Wanneer dat niet haalbaar blijkt met het beperkte budget van Royaards, wordt het nieuwe Schouwburg-orkest van Richard Heuckeroth gecontracteerd. Aangezien dat orkest maar 25 musici telt die bovendien nog onervaren zijn, maakt Diepenbrock zich terecht zorgen over de uitvoering: “voor mij is de Electra overigens een soort van nachtmerrie, sints ik niet weet of ik een behoorlijk orkest zal hebben” (aan een vriendin, 13-09-1920). Hij gaat er op dat moment nog van uit dat hij bij de première zelf zal dirigeren, maar moet uiteindelijk vanwege zijn snel afnemende krachten de leiding overdragen aan Heuckeroth.

Diepenbrock wenst ten aanzien van de orkestbezetting en het niveau van de musici geen water bij de wijn te doen. De daarbij aangevoerde argumenten demonstreren duidelijk dat ‘instrumentatie’ voor hem een belangrijk expressiemiddel is geworden. In een uitvoerige brief aan Jacqueline Royaards (eerste koorleidster) legt hij uit dat het in het geval van Electra anders dan bij zijn eerdere toneelmuziekwerken niet gaat om muziek die begeleidend is, maar dat “de muziek de grondgedachte v/h stuk vertolkt”. Ook wil hij de garantie dat het orkest tijdens het voor- en naspel zonder  overkapping “opdat het publiek begrijpe dat er iets geweldigs gaat gebeuren en gebeurt is.” (16-10-1920). Diepenbrocks pleidooi heeft niet kunnen verhinderen dat de première van Electra teleurstellend verliep en dat de muziek ook in de daaropvolgende voorstellingen niet tot haar recht is gekomen. Dat verklaart zijn wens voor een concertuitvoering.

Verder lezen: https://www.diepenbrock-catalogus.nl/work/18

Désirée Staverman