Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis

Voorjaarssymposium 2021

Josquin, Sweelinck en Diepenbrock anno 2021: welke verhalen vertellen we?

Online voorjaarssymposium – 15 mei 2021, 13.00-16.00 uur

U kunt zich hier aanmelden voor het symposium.

 

De voorjaarsbijeenkomst van de KVNM staat dit jaar in het teken van de herdenkingen van de componisten Josquin des Prez, Jan Pieterszoon Sweelinck en Alphons Diepenbrock, die respectievelijk in 1521, 1621 en 1921 overleden. Weliswaar zijn hun oeuvres en levens tot in de details onderzocht en wordt hun muziek relatief regelmatig gespeeld en gezongen, toch blijven onderzoekers deze componisten met steeds nieuwe benaderingen bestuderen. Welke verhalen vertellen we over Josquin, Sweelinck en Diepenbrock anno 2021? Welke nieuwe onderzoeksbenaderingen en -methodes dienen zich daarbij aan? Hoe is, in een bredere context, het biografisch genre in de afgelopen jaren ontwikkeld? Het symposium wordt geopend door Carine Alders met een reflectie op biografisch onderzoek in de muziekgeschiedenis. Vervolgens zullen Marnix van Berchum, Pieter Dirksen en Floris Meens ingaan op hun recente onderzoek naar Josquin, Sweelinck en Diepenbrock.

 

> KVNM-leden en externe belangstellenden zijn van harte welkom om dit digitale symposium bij te wonen. U kunt zich hier aanmelden voor het symposium. Op 14 mei, een dag voor het symposium, ontvangt u de link en een korte uitleg om deel te nemen aan de bijeenkomst.

 

PROGRAMMA

 

12.50 Inloop

 

13.00 Introductie

 

13.10 Carine Alders - Wie ‘verdient’ een biografie? Een pleidooi voor netwerkanalyse in muziekwetenschap

Een leven volgt zelden een samenhangend verhaal. De biograaf maakt een leven tot verhaal door keuzes te maken, het beschikbare materiaal te ordenen en te interpreteren. Het model van de heldenbiografie – vooral op mannen toepasbaar – en het vooruitgangsideaal hebben tot diep in de twintigste eeuw het genre van de muziekbiografie beïnvloed. Verhalende elementen als vrije geest, uniciteit, vernieuwing, tegen de stroom in roeien en ‘zijn tijd vooruit’ (liefst onbegrepen door tijdgenoten) zijn nog steeds bepalend voor de biografiewaardigheid. Met de opkomst van microhistory in de tweede helft van de vorige eeuw groeide de interesse in schijnbaar onbeduidende feiten en gebeurtenissen die in de opschaling naar het grote verhaal verloren zijn gegaan. In mijn onderzoek gebruik ik biografisch onderzoek niet om afgeronde verhalen te vertellen, maar om netwerken rond componisten in kaart te brengen en zo een andere kijk op muziekgeschiedenis te ontwikkelen. Klinkende muziek bestaat immers bij de gratie van samenwerking.

 

13.40 Marnix van Berchum - Josquin's Facebook: 'dataficatie' & historische muziekwetenschap

Met de voltooiing van de New Josquin Edition in 2017 is een ongekende rijkdom aan kennis over het oeuvre van Josquin Desprez toegankelijk. De edities in de muziekbanden presenteren het, voor nu, definitieve beeld van zijn componeren. De Critical Commentary (CC) banden bieden het benodigde inzicht in hoe de edities in de muziekbanden tot stand gekomen zijn en welke keuzen gemaakt zijn. Het verzameld materiaal wat ten grondslag ligt aan de bronbeschrijvingen in de afzonderlijk CC delen en Volume 1 “The Sources” is erg rijk en biedt meer mogelijkheden. In deze presentatie geef ik, op basis van een dataset waar ik voor mijn proefschrift mee werk, een inkijkje in wat mogelijk is. Ik zal demonstreren hoe de beschikbare informatie als data kunnen dienen voor methoden uit een andere discipline als network science. Kan het 'distant reading' perspectief wat dit oplevert, een zinvolle aanvulling zijn op traditionele musicologische methoden?

 

14.10 Pauze

 

14.30 Pieter Dirksen - Het merkwaardige leven en werk van Jan P. Sweelinck

Het leven van Jan Pieterszoon Sweelinck (1561 of 1562-1621) was er een van enorme veranderingen. Hij groeide op in de jaren 1560 en 1570, de cruciale jaren van de Opstand, die niet in laatste plaats ook in Amsterdam tot een crisissituatie leidde. De jonge Sweelinck kende van nabij honger, armoede, dood en verderf. Maar aan het einde van zijn leven was Amsterdam de snelstgroeiende en  welvarendste stad van Europa, en hijzelf een internationale beroemdheid als musicus en componist, de meest gezochte orgelleraar van Noordeuropa en bovendien een zeer vermogend man. Deze radikale metamorfose van “zijn” stad en zijn leven heeft duidelijke sporen in zijn oeuvre nagelaten. Het wellicht opvallendste aspect van Sweelinck als componist is dat hij als een typische laatbloeier beschouwd kan worden.

 

15.00 Floris Meens - “Het kan mij niet schelen wat het is en dan denk ik mij zoo alles erbij”. Kinderen, sociale relaties en muziek. Een emotiehistorische analyse van de jeugd van Alphons Diepenbrock

Sinds enkele jaren is er binnen de geschiedwetenschap sprake van een ‘emotional turn’. Historici zijn in toenemende mate geïnteresseerd in de historiciteit van emoties en de wijze waarop deze door actoren werden ervaren en uitgedrukt. Recentelijk besteden ook muziekhistorici meer aandacht aan de rol van emoties in het historische muziekleven. Hun aandacht is tot dusverre echter voornamelijk uitgegaan naar de openbare concertcultuur. Gebruik makend van het door de Amerikaanse mediëvist Barbara Rosenwein gemunte concept ‘emotional community’ ga ik in deze bijdrage na welke rol emoties speelden in het bijzonder goed gedocumenteerde sociale en muzikale privéleven van de jonge Alphons Diepenbrock. Een belangrijke vraag vormt daarbij hoe hijzelf en de individuen in zijn omgeving emoties leerden ervaren, signaleren, uitdrukken en inzetten om hun sociale ‘emotional objectives’ te bereiken, en ook hoe zij zich daarbij bewogen tussen verschillende ‘emotional regimes’ (twee termen die ik ontleen aan het werk van de Amerikaanse historicus William Reddy).   

 

15.30 Afsluiting en nabeschouwing

 

BIOGRAFIEËN

Carine Alders behaalde in 2009 cum laude haar Masters in Muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Van 2009 tot 2020 was zij zakelijk coördinator van de Leo Smit Stichting, waar ze onderzoek deed naar componisten in Nederland die tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgd werden. Dit resulteerde o.a. in het boek Vervolgde componisten in Nederland (AUP, 2015) en de website www.forbiddenmusicregained.org, waarmee duizenden pagina’s aan ongepubliceerde muziek ontsloten worden voor musici en programmeurs. Sinds 2020 werkt zij als buitenpromovendus aan de Universiteit van Amsterdam aan het onderzoek The forgotten legacy of composers in the Netherlands persecuted by the Nazis. Daarnaast is zij freelance muziekjournalist en secretaris van de Willem Pijper Stichting. www.carinealders.nl

 

Marnix van Berchum studeerde Muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Zijn specialisme is muziekcultuur in de 15e en 16e eeuw; hij studeerde af op de motetten van Jachet Berchem (c.1505-1567). In zijn promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht past hij de concepten en methoden uit network science toe op muziek in de zestiende eeuw, in het bijzonder de polyfone zettingen van het Te deum laudamus in de Lutherse context. Op dit moment is hij werkzaam bij het KNAW-instituut Huygens ING; hij is de verbinding tussen onderzoekers, databeheerders en IT-ontwikkelaars. In eerdere functies heeft hij brede ervaring opgedaan in projecten rondom onderzoeksdata, Open Access en ‘digital musicology’. Marnix is Associate Director van het CMME Project (www.cmme.org).

 

Pieter Dirksen promoveerde cum laude op een proefschrift over de klaviermuziek van Sweelinck (Praemium Erasmianum 1997) en publiceerde sindsdien een groot aantal artikelen, boeken en edities gewijd aan het barokke repertoire, van Sweelinck tot Bach. Hij is een veelgevraagd solist op clavecimbel en orgel en continuospeler, geeft lezingen, cursussen en masterclasses en is artistiek co-leider van ensemble Combattimento.

 

Floris Meens is Universitair Docent Cultuurgeschiedenis. Hij studeerde in Maastricht, Nijmegen en Rome. Zijn onderzoeksinteresse gaat thans vooral uit naar de geschiedenis van sociale relaties, emoties, muziek, reizen en cultuurkritiek. In 2018 verwierf hij een Veni-subsidie (NWO) voor zijn onderzoeksproject ‘Connected through Music: Domestic Music, Emotions and Social Relations in The Netherlands, ca. 1815-1914’. Daarin analyseert hij de correlatie tussen private muziekpraktijken, emoties en sociale verbanden tijdens de lange negentiende eeuw, een periode waarin de klassieke muziekcultuur aan veranderingen onderhevig was. Het doel van dit project is tweeledig. Enerzijds wil het de betekenis van muziek in het private sociale leven blootleggen. Daarbij spelen verschillende vragen een belangrijke rol: wie musiceerde of luisterde er met wie? Welke genres of composities waren geliefd? En welke rol speelden emoties bij de ontwikkeling van deze sociale private contacten? Anderzijds bevraagt het project de invloed van het private sociale leven op de (telkens veranderende) waardering van muziek