Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis

Koormuziek van Johanna Bordewijk-Roepman herleeft

Het herdenkingsconcert voor Johanna Bordewijk-Roepman (1892-1971) dat vorig jaar zou plaatsvinden, kwam er op 13 november j.l. alsnog. Een (noodgedwongen) uitstel dat ook voordelen bleek te hebben, aldus Robert Gaarlandt (voorzitter van het Bordewijk Genootschap) die de bijeenkomst in de Eduard Flipsezaal van De Doelen opende. Niet alleen was er meer tijd voor een zorgvuldige voorbereiding van het brede programma, ook kon intussen de editie van de verzamelde koorwerken van de Rotterdamse componiste worden voltooid. De selectie daaruit die op 13 november tot klinken kwam, is verrassend en vraagt om meer.  

Dankzij de – in fraaie afwisseling - gesproken bijdragen van Elly Kamp (biograaf van Ferdinand en Johanna Bordewijk) en Margaret Krill (onderzoeker van het werk van Johanna) werd het publiek van twee kanten ingevoerd in haar veelbewogen leven en carrière. Het was een aardig idee om het Koninklijk Schiedams Mannenkoor Orpheus (opgericht in 1866) koorstukken te laten zingen die het destijds onder leiding van Eduard Flipse uitvoerde. Daaronder enkele door Johanna speciaal voor dit koor geschreven werken, zoals de geestige Boere-charleston. Flipse was ook Johanna’s enige leermeester, aangezien zij bewust autodidact wilde zijn. Volgens Krill was het typerend voor Johanna, eigengereid als zij was, dat zij vervolgens alle lessen van Flipse aan haar laars lapte – hetgeen hun samenwerking overigens niet in de weg stond.

Johanna Bordewijk had grote affiniteit met het vocale, getuige haar liederen en haar vele nauwelijks meer bekende koorwerken op Duitse, Franse, Engelse en Nederlandse teksten. Het kamerkoor Ad Libitum onder leiding van Frank de Groot bracht na de pauze een staalkaart van de zettingen voor vierstemmig gemengd koor ten gehore. Met een genuanceerde tekstbehandeling en een idioom vol verrassende ritmes en samenklanken is dit muziek die het nodige vraagt. Dat bleek vooral uit de werken van na de tweede wereldoorlog, zoals het fraaie Barque enchantée (1947). Ad Libitum heeft zich met veel animo in dit repertoire verdiept (niet geholpen door opnamen) en met een verrassend resultaat.



De nu in eigen beheer van het Bordewijk Genootschap verschenen koorwerken (25 composities verdeeld over drie bundels: voor mannenkoor, gemengd koor en vrouwenkoor) werden door Gaarlandt aangeboden aan Philomeen Lelieveldt, conservator van het Nederlands Muziek Instituut (NMI), waar ook het archief van Johanna Bordewijk wordt bewaard. In haar dankwoord benadrukte Lelieveldt het belang van het toegankelijk maken van deze muziek met haar ‘prachtige combinatie van muziek en tekst’.

Ter afsluiting van dit herdenkingsconcert klonken de Three Lyrics (1948), fijnzinnige zettingen van natuurpoëzie, indrukwekkend vertolkt door Ad Libitum. 

Désirée Staverman