Royal Society for Music History of The Netherlands

DeColonizing South-East Asian Sound Archives

Sinds de begindagen van de fonograaf zijn overal in de wereld opnames gemaakt van volksmuziek. Bartók trok in Hongarije en Roemenië door velden en langs dorpen, veel musicologen – waaronder Jaap Kunst – maakten opnames in de koloniën. De opnames worden veelal bewaard in westerse archieven, ver buiten het bereik van de mensen die op de wasrollen en banden te horen zijn. Het internationale samenwerkingsproject DeCoSEAS maakt de opnames toegankelijk voor de gemeenschap waaruit ze zijn voortgekomen, zodat onderzoekers uit die gemeenschap hun eigen muziekgeschiedenis kunnen schrijven.

 

Afbeelding: Opnamesessie in Urbinasopèn, Waigéo (1932) – Jaap Kunst Collectie, Amsterdam

 

Co-projectleider meLê yamomo (hij leidt het project samen met Barbara Titus) vertelt hoe kennis over de muziek van Zuidoost-Azië nog altijd vanuit een koloniaal perspectief geproduceerd wordt. ‘Westerse onderzoekers hebben toegang tot de gearchiveerde opnames en schrijven erover in wetenschappelijke publicaties die nauwelijks toegankelijk zijn voor de musici over wie het gaat. DeCoSEAS wil de ontoegankelijkheid van archieven bespreekbaar maken en onderzoekers in Zuidoost-Azië de regie over hun eigen muziekwetenschap teruggeven. Dat zal leiden tot nieuwe invalshoeken voor onderzoek en een nieuw discours. Digitaliseren is een methode om de opnames toegankelijk te maken, maar dan is wel een internationaal platform nodig, een meertalige website waarop alle digitale bestanden te vinden en te beluisteren zijn. Niet de westerse verzamelaar, maar de gemeenschap waar de opnames uit voortkomen staat daarbij centraal. We hebben nu juist een oproep gepubliceerd om Zuidoost-Aziatische onderzoekers, musici, curatoren of wie ook maar een belang heeft bij de archieven, uit te nodigen om volgend jaar Visiting Fellow te worden. De laatste – en niet de minst belangrijke – stap in het project is het bekend maken van de archieven door films en publicaties voor een groot publiek.’

 

Begin november waren partner-onderzoekers uit heel Zuidoost-Azië op bezoek in Amsterdam. LaVerne de la Peña, directeur van het University of the Philippines Center for Ethnomusicology en Citra Aryandari, oprichter en directeur van het Citra Research Centre in Indonesië vertellen over het onderzoek in hun land en wat DeCoSEAS voor hen betekent. De la Peña vertelt hoe de collectie van zijn instituut zich ontwikkeld heeft sinds de jaren 1950. ‘Maar de Filipijnen zijn drie eeuwen een Spaanse kolonie geweest en stonden in de eerste helft van de twintigste eeuw onder het bewind van de Verenigde Staten. Er moeten uit die tijd opnames zijn, maar we hebben geen idee wat er is of waar het bewaard wordt. Wel wisten we dat de Hongaarse componist en musicoloog JenÅ‘ Takács opnames gemaakt had, en meLê vond deze opnames bij toeval in Berlijn.’ yamomo legt uit: ‘De wasrollen van de fonograaf konden maar een beperkt aantal keer afgespeeld worden, daarom werden de rollen naar de Phonogrammfabriek in Berlijn gestuurd, waar koperen kopieën gemaakt werden.’ De la Peña: ‘De collectie zelf is niet zozeer koloniaal, maar het concept erachter wel. Voor wie is de collectie bedoeld? Wij gaan het archief nu decentraliseren, zodat het materiaal weer bereikbaar wordt voor de lokale gemeenschap.’ Aryandari: ‘De vakgroep ethnomusicologie in Indonesië heeft geen eigen archief. Voor opnames moeten we altijd naar Amsterdam. Maar de opnames in die collectie hebben geen metadata, alleen de locatie van de opname is vastgelegd. Wij kunnen de collectie verrijken door context toe te voegen. Als musici zich willen verdiepen in traditionele Indonesische muziek kunnen ze van de opnames leren. Nu is alles nog heel versnipperd, DeCoSEAS brengt alles bij elkaar.’

Afbeelding: vlnr meLê yamomo, LaVerne de la Peña, Citra Aryandari

 

Dankzij een eerder project van yamomo, Sonic Entanglements, is de discussie goed op gang gekomen. yamomo: ‘Nu is de tijd rijp om over restitutie te praten, om onderhandelingen te voeren over de repatriëring van materiaal.’ De la Peña: ‘De Universiteit van de Filipijnen is er klaar voor en heeft de juiste faciliteiten. We zijn nu in het stadium van doen in plaats van denken beland.’ yamomo vult aan: ‘We hebben ruimte nodig om ook fouten te maken, we hebben veel tijd in te halen. Het lastige is wel dat geld uit het westen, koloniaal geld, altijd samen met eisen komt. Maar een eerste succes is dat het Phonogramm-archief al medewerking aan repatriëring heeft toegezegd.’ En dat is hard nodig, want het is voor iemand in de Filipijnen veel makkelijker om naar Indonesië te reizen dan naar Europa. ‘De ontoegankelijkheid neemt soms onverwachte vormen aan, wanneer je na een lange reis een pasje nodig blijkt te hebben om een archief te bezoeken en de aanvraag duurt twee weken.’

Terug