Royal Society for Music History of The Netherlands

Portrait Désirée Staverman (voorzitter KVNM)

Since May 2019, Désirée Staverman has been chair of the KVNM board. She conducts the board meetings and the KVNM member meetings (Algemene Ledenvergaderign) and maintains contacts with the editorial board of TVNM and external partners. Although she has been involved with the KVNM for more than thirty years, not all members will know her personally. That is why we would like to introduce her in the short interview below (in Dutch).

 

 

Wat doe je in het dagelijks leven?

Ik ben sinds 1988 docent muziek- en cultuurgeschiedenis bij Codarts Rotterdam en daarnaast scriptiebegeleider en -coördinator voor Bachelor of Music. Ik wil vooral studenten nieuwsgierig maken, zodat ze verder gaan kijken dan de partituur waaruit ze zingen of spelen.Ook realiseer ik me dat ik me door de jaren heen meer als coach ben gaan opstellen dan als formeel docent. En dat werkt! 

 

De musicologie is een breed vakgebied. Hoe omschrijf jij jezelf als musicoloog?

Aan de ene kant zou ik mezelf omschrijven als een ‘traditionele’ musicoloog. Ik ben vooral thuis in de westerse klassieke muziek en ook geschiedenis boeit me altijd weer. Aan de andere kant ben ik juist ook minder traditioneel: als musicoloog ben ik vaak op zoek naar dwarsverbanden tussen de kunsten en naar de relatie met de (uitvoerings)praktijk. In mijn eigen onderzoek naar de toneelmuziek van Alphons Diepenbrock speelde dat laatste aspect een belangrijke rol.

 

Wanneer en op welke manier heb je de KVNM leren kennen? En hoe ben je vervolgens actief geworden binnen de vereniging?

Vrij snel na mijn afstuderen (1985) werd ik bestuursassistent van de KVNM en na vijf jaar secretaris. In die periode vierde de vereniging haar 125-jarig bestaan en werd ‘koninklijk’. Meer recent was ik voorzitter van de forumcommissie en van de jubileumcommissie voor het 150-jarig bestaan waarvoor we tal van activiteiten hebben gerealiseerd.

 

Wat is de mooiste activiteit of publicatie van de KVNM waaraan je hebt meegewerkt?

Voor mij persoonlijk was dat de Najaarsbijeenkomst van 2012: ‘Diepenbrock in Den Bosch’. Dat was een zeer geslaagd evenement, met een rijk en afwisselend programma en een onverwacht grote opkomst. Dat laatste kwam vooral dankzij de uitstekende samenwerking met het Alphons Diepenbrock Fonds en de Vrienden Nederlandse Muziek. Op die dag heb ik de handelseditie van mijn proefschrift De toneelmuziek van Alphons Diepenbrock gepresenteerd, die was uitgegeven door de KVNM

Wat het voor mij compleet maakte, was dat daarbij live fragmenten uit de toneelmuziek werden gezongen en gedeclameerd.

 

 

Waar wil jij je de komende periode binnen de KVNM voor inzetten?

Ik vind het belangrijk dat we bredere doelgroepen aanspreken. Ik wil studenten en jonge muziekprofessionals – dus niet per se musicologen – betrekken bij de activiteiten van de KVNM. Ook het internationaal promoten van Nederlands cultureel erfgoed is een doel. Daarvoor ligt er een dubbele aanleiding in het verschiet. In 2021 is het zowel Sweelinck- als Diepenbrock-jaar: twee componisten die nogal eens in één adem worden genoemd als het over Nederlandse muziek gaat. Maar laten we niet vergeten dat beiden, ieder in hun eigen tijd, een open oog – en oor! – hadden voor de ontwikkelingen in de omringende landen.

 

 

Welke muziek en welk musicologisch inzicht zou je willen delen met een zo breed mogelijk

publiek?

Als ik muziek moet kiezen is dat die van rond 1900 – in de overgang van laatromantiek naar twintigste eeuw, met die enorme veelkleurigheid van de jaren vóór de eerste wereldoorlog, waarin druk werd geëxperimenteerd binnen de muziek en de andere kunsten. Kunstenaars van diverse pluimage die elkaar vonden om grote projecten van de grond te tillen, maar elkaar ook inspireerden tot nieuwe stappen in hun artistieke ontwikkeling. Denk aan de bekende samenwerking van Stravinsky met de Ballets Russes en aan die van Schönberg met Kandinsky.

En een musicologisch inzicht? Hoe wij kijken naar muziek en haar context hangt sterk af van onze positie en interpretatie. De muziekgeschiedenis zou er anders uit zien als je die zou herschrijven vanuit een vrouwelijk of een niet-westers perspectief, maar ook vanuit het Nederlandse perspectief.