Royal Society for Music History of The Netherlands

Spring symposium retrospective, May 2021

Terugblik op het voorjaarssymposium 
Josquin, Sweelinck en Diepenbrock anno 2021: welke verhalen vertellen we?

Verslag door Marthe Holman
 

In het voorjaarssymposium van dit jaar werd stilgestaan bij huidig onderzoek naar de componisten Josquin des Prez, Jan Pieterszoon Sweelinck en Alphons Diepenbrock, die respectievelijk in 1521, 1621 en 1921 overleden. De sprekers brachten nieuwe benaderingen en methoden om hun werk, leven en sociaalhistorische context te onderzoeken naar voren. De moderatoren van het symposium, Eliane Fankhauser en Thomas Delpeut, stelden dat de herdenking van de sterfjaren van Josquin, Sweelinck en Diepenbrock als aanleiding voor het symposium vragen opwerpt over herinneringscultuur. Op welke criteria berusten bijvoorbeeld de keuzes om bepaalde componisten op te nemen in de canon en te herdenken, maar anderen niet? De vraag welke verhalen we (nog) niet vertellen en waarom niet, en hoe we hierin verandering kunnen aanbrengen, liep als een rode draad door dit symposium heen. 
    
Biografie als genre
Carine Alders leidde het symposium in door het genre van de biografie onder de loep te nemen. Alders besprak de historische ontwikkeling van de biografie als genre in de negentiende eeuw en hoe dit genre als coherent, doelgericht levensverhaal en klassiek (helden)model samenhangt met mechanismen van canonvorming en uitsluiting. De grote hoeveelheid informatie die in biografieën te vinden is, biedt volgens Alders mogelijkheden om juist nieuwe perspectieven te belichten. Met tools uit de digital humanities wordt het bijvoorbeeld mogelijk om een netwerkanalyse toe te passen op een dataset, waardoor we inzicht kunnen krijgen in de netwerken rond (gecanoniseerde) componisten. Op deze manier kunnen de verhalen van netwerkrelaties en componisten die buiten de boot van het klassieke model van de biografie vallen toch verteld worden. Dit zorgt voor nieuwe perspectieven op de canon en de muziekgeschiedenis. 
     
Josquin en (big) data
Het onderzoek van Marnix van Berchum naar bronnen van Josquin des Prez lichtte een tip van de sluier op over het uitvoeren van een netwerkanalyse op een dataset. Aan de hand van de vraag “welke andere componisten komen samen met Josquin voor in de manuscripten die tenminste één compositie van Josquin bevatten,” bracht hij clusters van co-occurence – het samenzijn van entiteiten in eenzelfde context – in kaart. Het programma Gephi toont vervolgens in een netwerkgrafiek hoe de componisten zijn gerelateerd aan Josquin. De bijzonderheden in dit netwerk vallen daardoor ook op; een componist kan bijvoorbeeld ver uit de buurt van een cluster van componisten staan. De volgende stap is volgens Van Berchum een close reading om verklaringen te vinden voor het ontstaan van clusters en bijzondere posities van componisten in het netwerk.
     
Sweelincks leven en werk in roerige tijden
In het tweede deel van het symposium besprak Pieter Dirksen Sweelincks werk tegen de achtergrond van de historische en economische ontwikkeling van het Amsterdam waar Sweelinck zijn jeugd en werkzame leven doorbracht. Zo maakte Sweelink de roerige tijden van de Opstand, de acties van de Geuzen, het economische verval en de ontwikkeling van Amsterdam aan het eind van de zestiende eeuw en in het begin van de zeventiende eeuw mee. In een aantal van zijn werken is de context van de godsdienststrijden en misère van invloed geweest op zijn teksten en commissiewerken. Binnenkort kunnen we hierover meer lezen in Dirksens nieuwe biografie over Sweelinck. 

 

Diepenbrock, muziek en sociale relaties
Met zijn onderzoek naar private muziekpraktijken nam Floris Meens ons daarna mee naar de negentiende eeuw. Aangezien hij niet live aanwezig kon zijn bij het symposium, was zijn vooraf opgenomen presentatie te bekijken via YouTube. Aan de hand van egodocumenten van Alphons Diepenbrock laat Meens zien hoe emoties over muziek en het muziekleven, en het componeren en uitvoeren van muziek werden uitgedrukt, ervaren en gesignaleerd door Diepenbrock en zijn familie. In het verlengde hiervan onderzoekt hij hoe het leren van muziek en aanleren van emotie binnen private muziekpraktijken een rol speelde in het ontstaan van sociale contacten en relaties, onder andere tussen verschillende lagen van de middenklasse. 
     
Stof tot nadenken
De presentaties en de vragen van de aanwezigen brachten discussies op gang over thema’s als herinneringscultuur en ondervertegenwoordiging van met name componisten van kleur en vrouwelijke componisten in de canon, in de concertzalen, en bij de KVNM zelf. Er werd ook nagedacht over manieren om deze ondervertegenwoordiging aan te pakken. Eén van de ideeën die naar voren werd gebracht is het decentraliseren van gecanoniseerde componisten door bijvoorbeeld andere thema’s en invullingen voor symposia en concerten te ontwikkelen.
 
Tot slot kregen we enkele tips van de sprekers mee naar huis:  

  • Marnix van Berchum heeft een online omgeving opgezet waar eenieder met zijn dataset kan experimenteren. Van Berchum sleutelt nog aan de online omgeving, maar we kunnen er al mee aan de slag: github.com/marnixvb/josquin
  • Literatuurtips van Carine Alders: 
    • De website van Historical Network Research: historicalnetworkresearch.org (geraadpleegd 20 mei 2021). 
    • Unseld, Melanie. Biographie und Musikgeschichte: Wandlungen Biographischer Konzepte in Musikkultur und Musikhistoriographie. Köln: Böhlau Verlag, 2014. 
    • Pekacz, Jolanta T. “Memory, History and Meaning: Musical Biography and its Discontents.” The Journal of Musicological Research 23/1 (2004): 39. 
    • Hans, Renders, et al. The Biographical Turn: Lives in History. London; New York: Routledge, 2017. 
    • Ahnert, Ruth, Sebastian E. Ahnert, Catherine Nicole Coleman, en Scott B. Weingart. The Network Turn: Changing Perspectives in the Humanities. Cambridge: Cambridge University Press, 2020. 

 

Met dank aan Thomas Delpeut, Eliane Fankhauser en alle sprekers.