Royal Society for Music History of The Netherlands

In memoriam Etty Mulder (1946-2020)

Etty Mulder's career had some clear key moments. In 1978 she attained her PhD from Utrecht University under the supervision of Hélène Nolthenius (professor of music history from antiquity to the middle ages at Utrecht from 1958 to 1976) with a dissertation on Guillaume de Machaut and from 1982 to 2007 she was professor of musicology and Holocaust studies at Radboud University Nijmegen. Emanuel Overbeeke's  text continues further below in Dutch.

Het merendeel van haar publicaties zijn artikelen over een breed scala aan muzikale onderwerpen die zij interpreteerde vanuit soms niet strikt-musicologische terreinen, zoals psychoanalyse, literatuur en andere kunsten. Verbreding van het vak en samenwerking met andere disciplines stonden bij haar hoog in het vaandel. Het omvangrijkste voorbeeld hiervan is haar biografie van Nolthenius uit 2009.

Ik leerde Etty kennen rond 1980 via haar geschriften, eerst haar teksten in de Volkskrant, daarna ook haar boeken. In die eerste fase volgde ik als student muziekwetenschap in Utrecht onder meer een werkgroep over vrouw en muziek en in dat kader gaf Etty een lezing over Hildegard von Bingen, over wie zij later ook een boek zou schrijven. Van die lezing herinner ik mij vooral haar pogingen ons te enthousiasmeren door alles zeer mooi te formuleren. Dat zij sprak voor een gehoor van overwegend studentes leek haar goed te doen. Over de muziek an sich los van context en biografie zei ze als ik mij goed herinner niet zoveel. Diezelfde ervaring had ik ook jaren later toen zij in Utrecht een inleiding gaf bij de vertoning van de film met de opera Salome van Richard Strauss. De toehoorders werden uitvoerig geïnformeerd over het libretto, de schrijver Wilde en het proces vanwege zijn homoseksuele gedrag en hoe Wildes seksuele geaardheid tot in de kleinste details doorwerkte in het libretto. De muziek werd vlak voor het einde van haar verhaal afgedaan in een bijzin op een toon van een bijzin. Vlak na de verschijning van haar biografie van Nolthenius verklaarde ze en petit comité dat Nolthenius geen liefhebster was van toetsbare kennisvermeerdering in de vorm van zakelijke analyses en gefundeerde bronnenstudies en dat Nolthenius zich liever waagde aan interpretaties met een ruime blik op de cultuur en met een literaire inslag. In die houding was Nolthenius duidelijk een voorbeeld voor Mulder. Van een zichtbare fascinatie voor psychoanalyse was ten tijde van haar lezing over Von Bingen nog geen sprake, maar de basis voor haar interpretaties van muziek met de houding van Nolthenius was toen reeds gelegd.

Persoonlijk kreeg ik met Etty te maken toen ik bestuurslid werd van de stichting Pierre Boulez. Mijn liefde voor het werk van deze Franse componist en dirigent was een ander bestuurslid al een tijdje bekend en een paar jaar daarvoor zag ik met genoegen dat Etty uit de school had geklapt door te onthullen dat de Erasmusprijs 1995 in eerste instantie was toegekend aan onze Franse vriend en dat die vervolgens na een bestuurlijke slangenkuil was toegewezen aan twee anderen. Toen dit bekend werd, schreef ik mijn tot nu toe enige ingezonden brief aan NRC Handelsblad. Etty kwam ik kort na publicatie van de brief tegen in een restaurant en zij bedankte mij voor de steun.

Dit voorval was in zekere zin een voorbode van wat mij als bestuurslid te wachten stond. Een van onze plannen als stichting was de uitgave van teksten van Boulez in Nederlandse vertaling. Alle bestuursleden kennen Boulez en het Frans goed, maar zijn geen professionele vertalers. Zoveel zielen zoveel meningen en Etty was bepaald niet de enige met een sterk karakter. De gevolgen laten zich raden, maar de uitkomst was een reeks van publicaties die gelukkig de waardering kreeg van mensen die hen kunnen beoordelen. Het tweede grote resultaat was de betrokkenheid van de stichting bij de totstandkoming van een kunstwerk van Peter Struycken, gebaseerd op een compositie van Boulez. Het is een schitterende visuele analogie geworden die ik graag nog een keer hoop te zullen zien. Niet alleen de omzetting van muziek naar beeld was een tour, ook de pogingen om voor dit werk voldoende geld los te peuteren bij fondsen. Daarbij liet Etty zich van een nieuwe kant zien. Ze kon zeer formeel zijn en had duidelijk ervaring met bureaucratie in de kunstsector. De inhoud van het laatste Boulez-schrift, een project van Etty alleen, was illustratief voor haar visie op haar vak: een Nederlandse vertaling van het boek van Boulez over Paul Klee plus een uitvoerig commentaar daarop van Etty. Voor haar inzet voor Boulez kreeg zij een hoge Franse onderscheiding.

Wat Etty precies heeft betekend voor haar studenten kan ik niet zeggen want ik heb nooit colleges bij haar gevolgd. Het bleef wat mij betreft bij de paar lezingen die ik net noemde plus nog een enkele. Wat Etty heeft betekend voor mij, is wel duidelijk te zeggen. Het werk voor de stichting heb ik met veel plezier gedaan en gaf mij veel ervaring inzake vertalen en bestuurlijk werk. Toen ik een uitgever zocht voor mijn boek over Debussy, deed Etty voor mij een goed woordje bij Henk Hoeks, voormalig uitgever van SUN en rond 2010 uitgever van de Boulez-schriften. Dit contact resulteerde in de verschijning van mijn boek over Debussy en daarna dat over Boulez. Bovendien bewaar ik aan het contact met Henk, die helaas enkele jaren geleden overleed, de beste herinneringen omdat hij uitstekend kon en wilde meedenken met zijn auteurs. Met sommige mensen om Henk heen heb ik gelukkig nog steeds contact.

Wat Boulez met haar andere grote fascinaties deelde was, in haar ogen, de aandacht voor grote vragen en de wil daar grote antwoorden op te geven. Etty mengde zich graag in het debat, nam geen blad voor de mond, voelde zich omdat ze een vrouw was in een mannengemeenschap eerder gestimuleerd dan geïntimideerd, had een verheven opvatting van kunst en keek graag verder dan haar discipline van huis uit. Ze wilde geen doorsneemusicoloog zijn en was geen doorsneemens.

 

Emanuel Overbeeke